Familieportret op het binnenplein van een Brussels paleis

Op 18 oktober 2016 bood de veilingzaal Dorotheum uit Wenen een opzienbarend schilderij te koop aan, het “Familieportret op het binnenplein van een Brussels paleis”. Het gaat om een groot olieverfschilderij op doek (170 x 225 cm) dat gesigneerd is en gedateerd “L. Volders fecit 1666”. De waarde ervan wordt geschat tussen 50.000 en 70.000 euro. Het beeldt een reeks personages uit op het terras van een paleis in Brussel, waarop men links de toren van het stadhuis herkent.

Het Museum van de Stad Brussel - Broodhuis kreeg een week op voorhand van de verkoop te horen. Het was erg geïnteresseerd om het werk aan te kopen maar was daar niet toe in staat. Zo begon een race tegen de tijd om het vereiste bedrag te verzamelen. Ook de Koning Boudewijnstichting hoorde over het schilderij en was snel overtuigd van het belang ervan. Via haar Fonds Léon Courtin-Marcelle Bouché besloot de stichting om op te treden als koper, uiteraard op voorwaarde dat de verkoopprijs niet de pan zou uitrijzen. Voor de allereerste keer in haar geschiedenis werd de Stichting gesteund door twee mecenassen, Immobel en de heer Patrick Baillieux, die dit erfgoed ook graag naar Brussel zagen terugkeren. De Stad Brussel, die het Broodhuis beheert, contacteerde beide mecenassen en zij stemden in met een bijdrage van 17.500 euro om het werk aan te kopen.

Om 17.30 u. op 18 oktober viel de hamer in het voordeel van de Stichting, voor 65.000 euro (waar nog 30% kosten bijkomen), en op 5 december komt het schilderij aan in het Museum van de Stad Brussel - Broodhuis, waar het uitgepakt en opgehangen zal worden. Het zal op een bijzondere plaats hangen en vanaf dinsdag 6 december zal het grote publiek de aanwinst kunnen bewonderen.

Een referentiewerk

Olieverfschilderij op doek, 170 x 225 cm

Dit olieverfschilderij op doek is tegelijk het portret van een residentie en een familieportret. Het beeldt een Brusselse patriciërswoning uit, met op de achtergrond
het lagergelegen stadhuis, waarvan links de toren te zien is. Op het schilderij is de rechterkant van de woning te zien met aan de linkerkant een tuin. Een hoge
belvedèretoren geeft aan dat het geheel de status heeft van hof. Het stadspaleis zelf is uitgevoerd in baksteen en natuursteen, wat typisch is voor de architectuur van de oude Nederlanden, net zoals de trapgevels en dakkapellen.

De voorgrond wordt ingenomen door 13 personages: mannen, vrouwen en kinderen, burgers en aristocraten, allemaal door elkaar. Vijf van hen houden een snaarinstrument in de hand (luit, viola da gamba, viool). Een mysterieus kind in het midden van de groep draagt rode schoenen met hakken, wat erop wijst dat het lid is van een prinselijke familie.

De oorspronkelijke plaats van de residentie werd vastgesteld door een team van de Directie Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en meer specifiek door Stéphane Demeter. Het gaat over de wijk Madeleine/Duquesnoy/ Kerstenmannekensstraat/Spoormakersstraat. Deze buurt werd bijna volledig van de kaart geveegd door het grote bombardement van de troepen van Lodewijk XIV in 1695.

De wapenschilden zijn van de familie Lefèvre, maar waarschijnlijk gaat het om een later bijgeschilderd motief dat het originele blazoen bedekt.

Het schilderij biedt een zeldzame en buitengewoon minutieuze inkijk in een patriciërswoning tijdens de Renaissance en barok in Brussel. Dit stadspaleis is
een van de zeldzame gedocumenteerde voorbeelden van burgerarchitectuur. De stijlen waarin het gebouwd is zijn vandaag immers vooral bekend in de religieuze
architectuur. Als gevolg van het bombardement van 1695 en de klassieke en later neoklassieke stad die daarop volgden, alsook de verbrusseling van de 20e eeuw zijn zowat alle gebouwen van die architectuurproductie verloren gegaan. Dit doek reconstrueert een deel van dat vergeten erfgoed, dat schitterend paste bij de rol van koninklijke en keizerlijke hoofdstad die Brussel speelde in de 16e en 17e eeuw. Het schilderij heeft een grote picturale kwaliteit en zet door zijn precisie heel wat realia in de kijker (kleding, architectuur, muziekinstrumenten, enz.). Het gaat trouwens om een enigmatisch werk op iconografisch vlak, dat grondig onderzoek verdient naar de verborgen betekenis ervan.

De schilder

Lancelot Volders (1636-na 1714) is een Brusselse schilder die in zijn tijd al goed bekend was omdat hij zich had opgewerkt tot hofschilder van Hendrik Casimir II van Naussau- Dietz (1657-1696) in Friesland. Bovendien was hij de leermeester van Victor Janssens, de grote Brusselse schilder uit de tweede helft van de 17e eeuw. De Musea voor Schone Kunsten van België noch het Museum van de Stad Brussel bezitten een schilderij van zijn hand. Alleen in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Kapellekerk is een Sainte Aya devant la trinité bewaard gebleven.

Dit werk is hét referentieschilderij voor de Brusselse periode van de schilder, aangezien het gesigneerd en gedateerd is (in tegenstelling tot het schilderij in de Kapellekerk) en aangezien slechts heel weinig schilderijen uit die periode bewaard zijn gebleven. Bovendien behoort het werk tot een van de beste producties van de kunstenaar.