Renaissance van een uniek meesterwerk

Het Museum van de Stad Brussel bewaart een buitengewoon kunstwerk: een enorme tekening van 3m40 op 3m80 uit de 16e eeuw van het Martelaarschap van Sint-Paulus. Deze gigantische papieren fresco is de afspiegeling van de levenskracht en de bekommernissen van een tijdperk in beweging, de renaissance. Het is toegeschreven aan de grote Vlaamse schilder Pieter Coecke, een wat miskende kunstenaar.

Dit unieke wandtapijtkarton is van onschatbare waarde en is een van de weinige kartons die de tand des tijds heeft doorstaan. Concreet heeft deze tekening op uitvoeringsgrootte bij generaties van wevers als model gediend om wandtapijten te realiseren.

In de marge loopt een tentoonstelling die nader ingaat op het artistieke en historische universum van dit buitengewone kunstwerk. 

Fasen van een buitengewone werf

1. Toestandsrapport

De foto’s en een visueel verslag leveren heel wat informatie over de samenstelling van het kunstwerk en zijn materiële toestand: het karton is samengesteld uit 61 vellen papier, het werd eerst getekend en daarna geschilderd met een lijmverf*. Aan de achterkant werd het versterkt met stukken papier, en later, in de 19de eeuw, gemaroufleerd* op doek. Deze drager bood geen geschikte steun om het werk te conserveren. De vele vervormingen van het oppervlak hebben scheuren en verlies van materiaal veroorzaakt. De verflaag is afgebrokkeld, voornamelijk in de overschilderde delen*.

1. Weghalen van het glas, analyses en stofvrij maken

Het veiligheidsglas wordt weggenomen en het karton wordt vastgezet in een tijdelijk frame.

Micro-monsters van de materialen van het karton worden onderzocht om de restaurateurs te leiden in hun keuze van de behandeling en om de kennis te verdiepen over het fabricageproces en het gebruik van het werk. Het karton wordt achteraan schoon gezogen.

Het doek wordt volledig ondersteund om de voorkant stofvrij te maken met zachte penselen of soms met een latex gum.

2. Consolidering

Een eerste consolidering wordt uitgevoerd aan de voorkant van het karton om verlies van materiaal te voorkomen tijdens het oprollen en het transport naar het atelier. Tegelijk bereiden deze verstevigingen dat oppervlak voor op de latere ingrepen. Ze bestaan uit crepeline zijde, die met algenlijm (funori) zorgvuldig aangebracht wordt. Er werd voor deze twee materialen gekozen omdat ze het uiteindelijke uitzicht van de verflaag niet aantasten en omdat de consolideringen daardoor volledig omkeerbaar zijn.

3. Transport

Gezien de monumentale afmetingen van het karton kan het niet op zijn frame getransporteerd worden naar het restauratieatelier op de tweede verdieping. Dat gebeurt via de trap, met het werk opgerold op een cilinder met een lengte van 4 m en een diameter van 60 cm. Daarbij werd rekening gehouden met de fragiele toestand van het karton, de logistieke beperkingen van het Museum en de beschikbare mankracht.

Aan de voorkant van het karton wordt een glad beschermmateriaal aangebracht alsook een laag polyester watten om te voorkomen dat de vervormingen in het papier verbrijzelen. Rond de cilinder wordt een soort kooi aangebracht om hem te beschermen en om hem te kunnen vastnemen bij zijn verticale transport door het trappenhuis.

De rol wordt vervolgens op het werkblad geplaatst.

Transport karton op de 2e verdieping van het museum

4. Het losmaken van de oude, verstevigende drager van het karton

Het werk, opgerold op de cilinder, wordt boven op het werkblad geplaatst.

Naarmate de restauratie vordert, wordt het werk ontrold. Aan de vrijgemaakte achterkant kunnen de restaurateurs het doek eenvoudig wegtrekken en daarna het verstevigende papier losmaken door vocht en warmte te verspreiden over het oppervlak.

Het papier onmiddellijk onder het doek dateert van de marouflage uit de 19de eeuw en bedekt de volledige achterkant. Als dat verwijderd is, zullen de oudste verstevigingen zichtbaar worden die het karton doorheen de tijd onderging voor het weven van wandtapijten.

Scheuren en lacunes worden tijdens het proces systematisch verstevigd met smalle strookjes Japans papier* en lijm van tarwezetmeel*.

5. Schoonmaak van het papier, verdubbeling en opspannen van de bladen

Eens de gescheurde delen opnieuw op hun plaats zitten en verstevigd zijn, wordt het papier van het hele werk in drie opeenvolgende stappen versterkt. Ieder vel van het werk wordt langs de achterkant helemaal verstevigd met Japans papier, dat de finesse, soepelheid en stevigheid van het werk behoudt.
De vellen worden dan in groepjes aangebracht, waarbij de oorspronkelijke naden gevolgd worden. Daarna wordt elk groepje vellen verstevigd met een soepel Japans papier dat ietsje dikker is dan het vorige.
Dan wordt een derde versteviging aangebracht, gelijkaardig aan de vorige. Voor elke verdubbeling wordt lijm van graanzetmeel gebruikt. Na elke verdubbeling kunnen delen van het werk worden opgespannen om vervormingen die in de loop van de jaren zijn ontstaan weg te nemen.

Doordat alle vellen van elkaar gescheiden werden, zijn de vervormingen in het papier geëgaliseerd. Het is dus niet meer nodig om deze stap - het opspannen - uit te voeren.

6. Maroufleren

Het werk moet op een drager gekleefd worden, in dit geval een linnen doek, zodat het goed bewaard en tentoongesteld kan worden. Het wordt voorbereid om de reacties van het complexe 'doek/papier' te verminderen bij de veranderingen in de luchtvochtigheid van de omgeving (het doek en het papier reageren niet op dezelfde manier op vochtigheid, waardoor het werk schade kan oplopen). Dat vermindert en vertraagt de vervorming van het doek doorheen de tijd. Het versterkt ook het statische karakter van het werk, wat nodig is voor een goede en lange bewaring.


Het doek wordt 'gedecatiseerd' om de krulling van de draad te verminderen en om de bovenste laag te verwijderen: het wordt gewassen en geborsteld terwijl opgespannen wordt op een werklijst. Zodra het doek droog is, wordt het ontspannen. Een massage zorgt voor een verdere uitrekking van de draad, waarna een tweede decatisering volgt. Het doek wordt opgespannen en ingestreken met zetmeellijm. Dan worden er twee lagen Japans papier op aangebracht op het doek om oneffenheden te vervlakken.

De verschillende bundels vellen worden bevestigd bij de marouflage

Daarbij zijn handigheid, precisie en voorzichtigheid geboden: de kleefkracht van de zetmeellijm moet worden behouden en de grote delen vochtig papier moeten op een secure manier worden behandeld.
Voor de delen worden opgekleefd, worden ze op het doek neergelegd om hun correcte plaatsing aan te duiden. Ieder deel wordt dan tussen vilten bevochtigd. Dan wordt de zetmeellijm klaargemaakt en de drager voor de marouflage wordt met een spray bevochtigd. Ieder deel wordt ingelijmd, samen met het overeenkomstige deel op de drager. Het deel wordt aangebracht op de drager. Het tweede grote deel wordt op dezelfde manier voorbereid en daarna opgekleefd zodat het zo precies mogelijk aansluit bij het eerste deel.
Ten slotte worden de latere stukken (uit de 17e en 19e eeuw) aangebracht.

7. Voorbereiding van gekleurde vellen voor het weer opvullen van lacunes

8. Integraties en retouches

Deze stap ligt gevoelig in deontologisch opzicht maar zal het werk opnieuw de harmonie en coherentie schenken die waren verloren gegaan doorheen de eeuwen heen. Iedere tussenkomst wordt uitvoerig besproken met het wetenschappelijk comité.

De opvullingen die tijdens de marouflage in de 19e eeuw werden aangebracht en waarvan de kleur overeenkomt met de omliggende delen, worden teruggeplaatst langs de voor- of achterzijde van het werk. De grotere opvullingen die op papier werden geschilderd tijdens de marouflage in de 19e eeuw worden ook teruggeplaatst. Op de foto's van ieder vel waaruit het werk bestaat wordt genoteerd welke overschilderingen verzacht of verwijderd moeten worden. Daarbij gaat het vooral om overschilderingen die veranderingen in het papier bedekken (scheuren, plooien, sleet, vlekken, overschrijding van de hiaten).

De overschilderingen die de compositie van de tekening veranderen worden heel gelaten, met uitzondering van de verlaagde horizon die tijdens een ingrijpende verandering aan de linkerbovenkant van het karton werd aangebracht. Het verwijderen van de overschildering gebeurt met behulp van een loepbril en een scalpel; eerst droog en later lichtjes vochtig. De hiaten worden gevuld met een Oosters handgemaakt papier met lijnd

9. Transport en ophanging van het karton