Het originele beeldje

Na een nieuwe poging tot diefstal in 1965 kwam Manneken-Pis in het gemeentelijk museum terecht en werd aan de fontein een kopie geplaatst, die tot op vandaag kan worden bewonderd. Het in tweeën gebroken originele beeldje werd in 2003 gerestaureerd.

Het Manneken-Pis van Hiëronymus Duquesnoy
In 1619 besloten de Brusselse autoriteiten de bestaande fontein van Manneken-Pis te renoveren: de zuil, het waterbekken en het beeldje werden vervangen. Ze plaatsten een bestelling bij de toen beroemde beeldhouwer Hiëronymus Duquesnoy, voor een nieuw Manneken-Pis in brons. De kunstenaar gaf een barokke
interpretatie aan het thema van het plassende jongetje. In de Grieks-Romeinse oudheid was het trouwens niet uitzonderlijk dat Cupido, de god van de liefde, werd afgebeeld als een naakt jongetje dat stond te plassen. Tussen de 15de en de 18de eeuw was de figuur van de urinerende Putto een populair thema in de kunst. In Europa werden daarrond vaak openbare en private fonteinen gebouwd.

De legendes van Manneken-Pis
In 1824 publiceerde de Franse schrijver Jacques Collin de Plancy het boek Histoire de Manneken-Pis racontée par lui-même, waarin hij hoogtepunten uit de Brusselse geschiedenis beschreef. Hij maakte ook als eerste schriftelijk melding van vier legendes die de oorsprong van het motief van het beroemde beeldje moesten verklaren. Het boek oogstte veel bijval en, hoewel het fictie was, inspireerde het tal van andere geschriften over Manneken-Pis. Verschillende schrijvers - onder wie Victor Devogel - namen de meeslepende verhalen rond Manneken-Pis later over, bewerkten ze en zetten ze naar hun hand. In die verhalen werd hij voorgesteld als een jongetje wiens avonturen hem uiteindelijk een beeldje opleverden.

Affectie met veel facetten
De Brusselaars koesteren trouwens al lang affectie voor Manneken-Pis. Hij wordt beschouwd als een van hen, en zo ontstond de gewoonte om hem tijdens festiviteiten in de stad kleren aan te trekken. De Brusselaars herkennen zich in het jongetje en maken hem tot een symbool van hun persoonlijkheid, die ze graag als
‘schalks’ en ‘brutaal’ omschrijven. Naargelang de omstandigheden, wordt Manneken-Pis dan ook naar voor geschoven als de vaandeldrager van de aparte humor en de spreekbuis van het humeur van de inwoners. Er worden heel wat kopieën, imitaties, reproducties en variaties gemaakt. Vanaf de jaren 1950-1960 -
de start van de consumptiemaatschappij en het massatoerisme- kwamen er steeds meer afgeleide producten op de markt. Tegenwoordig geven kunstenaars hun eigen interpretatie aan het symbool.

Meer dan 1000 kostuums
Manneken-Pis wordt sinds de 17de eeuw door de Brusselaars als een baby vertroeteld. In die periode ontstond ook de gewoonte om hem tijdens belangrijke evenementen kleren aan te trekken. Die vreemde traditie werd in de loop der eeuwen verdergezet en in de jaren ‘80 zelfs nog opgevoerd. Religieuze beelden als de Maagd Maria en het Kindje Jezus werden wel vaker aangekleed, maar Manneken-Pis is het enige profane beeldje ter wereld met een heuse garderobe.
De GardeRobe MannekenPis nodigt bezoekers uit om die onwaarschijnlijke collectie en haar verrassende geschiedenis te ontdekken.

Isabelle de Borchgrave 
Naar aanleiding van de nieuwe Manneken-Pis zaal  maakte de Brusselse kunstenares Isabelle de Borchgrave een papieren kopie van het kostuum dat Lodewijk XV in
1747 aan het beeldje schonk, meteen het oudst bewaard gebleven kostuum. Het door haar gebruikte materiaal levert een verrassend realistisch kostuum op!